Anna Klappe Tekstproducties

Voor een helder verhaal

Interviews

 

Geboorte van Dremmeltje

Espelaar debuteert met zelf geïllustreerd kinderboek

In de kinderboekenweek, die duurt van 6 tot en met 16 oktober, staan dit jaar niet alleen verhalen centraal maar ook tekeningen. Laat dat nou net de combinatie zijn waarmee Jan Noot uit Espel dit jaar zijn debuut heeft gemaakt.

ESPEL – Aangenaam: 'Dremmeltje' is de naam. 'Ze is een klein meisje, niet zo groot. Ik schat haar rond een jaar of acht', zegt de auteur over de hoofdrolspeelster in zijn boek dat dit voorjaar voor het eerst in druk verscheen. 'Het is een gewoon meisje met een bijzondere spiegel. Daar komt ze pas later achter. Deze spiegel laat haar gedachten zien en geeft haar gelegenheid naar binnen te komen in het gedachtebos', onthult hij alvast over de inhoud.

De 45 illustraties die het boek rijk is zijn allemaal door de 54-jarige Noot zelf getekend. Hiermee heeft hij Dremmeltje een gezicht gegeven. Met twee vlechtjes en een jurkje met een col. Maar ook Fantazie de Spiegel, Beer Koen en Gossen het Schrikkerige Spook zijn getekend en helpen de kinderen bij het lezen zich een beeld te vormen van de personages. Bovendien geven de illustraties de tekstpagina's een beetje meer lucht waardoor het voor kinderen aantrekkelijker wordt het boek te pakken.

Auteur-illustrator

Als auteur-illustrator is Noot een beetje een vreemde eend in de bijt. Hij begon als paramedisch analist en maakte in de jaren '80 de overstap naar de ict waarin hij nu nog steeds werkzaam is. 'Maar vroeger wilde ik de kunstacademie doen, met als richting grafische vormgeving', zegt Noot. 'Ik heb mijn hele leven al getekend, met name strips. Daarna kwam het schrijvende deel.'

Dremmeltje is overigens al iets ouder dan die paar maanden die ze nu in druk is verschenen en de acht jaar die de schrijver haar heeft toegedicht. Dremmeltje ontstond namelijk al in 1993. Na een rondreis die Noot en zijn vrouw het jaar daarvoor maakten. 'We hadden onze banen opgezegd en heerlijk rondgereisd als backpackers. Ik heb in die tijd heel veel geschreven en ook gedichten gemaakt. Alles wat ik zag in de landen waar ik kwam zette ik meteen op papier in mijn dagboeken.'

Dremmeltje ontstond op de drempel van twee werelden, toen Noot na 13 maanden optimale vrijheid weer terug moest keren 'in het gareel' van Nederland en op zoek ging naar werk, maar dat niet zo snel kwam. Hij begon te schrijven. 'Ik kon al mijn inspiratie er in kwijt en het hielp mij weer gedisciplineerd aan het werk te gaan en mijn vrijheden los te laten', blikt Noot terug.

Geboorte

Vlak na de 'geboorte' van Dremmeltje heeft Noot geprobeerd haar 'te slijten'. Maar hij strandde bij de uitgeverijen. 'Ik kreeg een standaardbrief. Of niets', zegt hij. 'Eén keer kreeg ik een persoonlijk antwoord waaruit bijna leek dat ze het hadden gelezen', klinkt het ironisch. Snel daarna kregen hij en zijn vrouw hun eerste kind en is Dremmeltje blijven liggen. Maar nooit in een kastje, zegt hij. 'Wel in een laatje. Ingebonden om het aan anderen te laten zien.'

Het verlangen om zijn schepping terug te zien in boekvorm bleef al die jaren aanwezig. Een paar maanden geleden hoorde hij van boekscout en nam contact op. 'Toen kreeg ik een mailtje binnen dat ze het zagen zitten. Ik grijnsde van oor tot oor en dacht: na zoveel jaar gaat het lukken!' Deze uitgeverij werkt met printing-on-demand en heeft dus geen grote voorraden die geld kosten. Het boek ligt dan ook niet in de winkel maar is uitsluitend te bestellen via internet.

Voor Noot is het verschijnen van zijn eerste kinderboek niet het einde maar het begin. Hij denkt al aan een Dremmeltje deel 2. Of aan een roman. 'Want het lijkt me heerlijk om er mijn werk van te kunnen maken en van kinderboeken schrijven te kunnen leven.'

Dremmeltje is te bestellen via www.boekscout.nl

© Anna Klappe

Weekblad de Noordoostpolder, 12 oktober 2010


 

'Verlangen naar de ruimte'

Gedichten en tekeningen van oud-Ensenaar in boekvorm

'Op hoge hakken de trap op rennend'. Onder die titel verscheen onlangs bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar een boek met gedichten en tekeningen van oud-Ensenaar Margerite Luitwieler (1960). Ze woont en werkt al jaren als kunstenaar en docent in Amsterdam. 'Maar', zegt ze, 'ik ben zó blij dat ik mijn jeugd hier in de polder heb doorgebracht.'

ENS – Tijdens de autorit van Emmeloord naar de boerderij aan de Zwijnsweg in Ens, waar ze opgroeide, komen de herinneringen aan haar jeugd in volle hevigheid terug. Aan haar vader op het land, de weidse vergezichten, de scharrelende kippen op het erf, het spelen in de boomgaard, fietsen in weer en wind. 'Jeugdsentiment', bekent ze. 'En het is hier zo lekker groen, hè.'

Enthousiast en gepassioneerd vertelt Margerite voluit over haar beleving van de Noordoostpolder en hoe die haar nog altijd inspireert tot het maken van kunst. 'Ik kon als kind al genieten van al die ruimte, die stilte en de rust. In de natuur komt het los bij mij. Ik ga er niet voor naar mijn atelier. Ik ben een intens mens, heel zintuiglijk. Dat heb ik al jong ontwikkeld. Dan zat ik in mijn eentje aan de slootkant en genoot van het gras. Ik had bijna zin om er een hap uit te nemen.'

Ze benadrukt dat ze geen kunst bedenkt, maar dat het van binnenuit komt. 'Het is intuïtief. Ik uit mijn diepste gevoelens in mijn werk. Ik zoek ook niet naar inspiratie. Het is eerder noodzaak om alles wat me raakt of ontroert te delen.' Tekenen, schilderen en schrijven zijn al vanaf haar jeugd belangrijke uitlaatkleppen voor haar. Maar na de middelbare school koos ze desondanks voor een baan in een modezaak. 'Ik wilde werken, geld verdienen.' De dagelijkse sleur en het gebrek aan creativiteit brak haar echter na een jaar op. Na een verkeersongeluk besloot ze het roer drastisch om te gooien en meldde zich aan bij de kunstacademie in Kampen. Daarna volgde de Rijksakademie in Amsterdam.

'Schrijfsels'

'Schrijven heb ik altijd al gedaan. Als kind schreef ik dagboeken vol. Wat ik schrijf is heel toegankelijk. Het gaat over universele dingen: liefde, dood, verlangen, natuur, het leven van alledag. Het zijn geen ingewikkelde gedichten.' Haar 'schrijfsels', zoals ze haar werk zelf noemt, publiceerde ze voor het eerst in het boekje 'Desperate Vrouwen Zijn Niet Leuk', dat ze in eigen beheer uitgaf. De titel werd door veel mensen erg grappig gevonden. Hij weerspiegelt eigenlijk haar visie op het omgaan met gevoelens: 'Ga niet hangen in of vluchten voor je emoties, maar durf te voelen en te kruipen door de tunnel van je eigen ik.'

Margerite werd bekend door een muurgedicht dat de gemeente Amsterdam op een woning heeft laten schilderen. 'In mijn eigen handschrift. Het daar zo groot op de muur te zien staan ontroert me nog elke keer als ik er langs fiets', zegt ze. Bij de opening tikte echter iemand uit de buurt haar op de schouder en zei: 'Mevrouw, die t moet een d zijn.' Margerite: 'Ik kon wel door de grond zakken.' Anderhalf jaar geleden werd het gedicht per ongeluk overgestuct. 'De hele stad kwam in opstand. De mensen waren gaan houden van het gedicht. Het was van hen geworden.' Inmiddels is het weer teruggeplaatst, nu zonder spelfout.

Geluksgevoel

Hoewel ze van Amsterdam is gaan houden, vlucht Margerite nog regelmatig naar het platteland. 'Ik heb nog altijd een verlangen naar de ruimte. Dan fiets ik naar Durgerdam. Aan het water of in het weiland kom ik uit die cirkel van zorgen en van de stress van de stad. Ik heb ook ontdekt dat als je wilt ontspannen, je prima alleen kunt zijn. Ik kan mij optimaal gelukkig voelen als ik in een weiland zit. Dan beleef ik een intens geluksgevoel. Dat heb ik meegenomen naar de stad.'

© Anna Klappe

Weekblad De Noordoostpolder, juli 2010

Muurgedicht Margerite Luitwieler

Ik heb ze lief

de plekken waar het tocht

wanneer je er de bocht

omgaat

Geef mij maar de achterkant

van huizen en gebieden

waar elke groene spriet

omringt door scheve stenen

de droge grond uitschiet

Het onbedoeld gemaakt

gebied.

 

 


Oud-inwoners Emmeloord Marokko uitgezet

Weeskinderen ontredderd achtergelaten

EMMELOORD – De oud-Emmeloorders Herman en Jettie Boonstra die sinds tien jaar Marokkaanse weeskinderen opvangen in het Atlasgebergte van Marokko zijn maandag samen met alle andere buitenlandse medewerkers plotseling het land uitgezet. De 33 weeskinderen die in het kindertehuis Village of Hope wonen zijn ontredderd achtergelaten.

'Iedereen stond te huilen. Het leek wel een begrafenis', vertelt Boonstra vanuit Spanje, waar hij samen met enkele collega's probeert de schok te verwerken. Maar de emoties zitten nog erg hoog. 'Er is totale machteloosheid en ontreddering. We moesten binnen drie uur in de bus zitten. Uit alle huizen klonk geschreeuw. We werden afgevoerd als zware criminelen, met politieauto's met zwaailichten voor en achter ons en vijf agenten op de bus met twintig buitenlanders.'

Routine-onderzoek

De Marokkaanse politie bracht het tehuis, dat geleid wordt door Herman Boonstra, maandag een bezoek. 'Het was een routine-onderzoek, werd ons verteld. Het zou een controle zijn in verband met onze instituutregistratie. We hebben volledig meegewerkt. Alle papieren waren in orde, alles zag er goed uit, zeiden ze. Maar een uur later kregen we te horen dat we allemaal moesten vertrekken.'

Deze beslissing sloeg in als een bom. 'We hebben tien jaar altijd goed samengewerkt met de overheid. We hebben toestemming om dit tehuis te runnen, en ze weten dat we christen zijn. Dat was geen probleem. We werken samen met moslims, op het terrein werken zelfs meer moslims dan christenen en de kinderen krijgen gewoon Islamitisch onderwijs.' De lokale bevolking en de kinderen smeekten de werkers te blijven. 'De politie vroeg ons om alsjeblieft mee te werken. Het zijn lokale agenten waar we altijd goed contact mee hadden. Het zijn onze vrienden. Ze schudden hun hoofd en zeiden: dit willen we niet, maar we moeten wel.'

Er was geen tijd om afscheid te nemen of koffers te pakken. 'Eerst kregen we drie dagen de tijd, even later werd het drie uur, toen zeide ze dat we 's avonds om 11 uur zouden vertrekken en vervolgens moesten we om 9 uur al weg, terwijl de kinderen nog op waren.' In alle consternatie had Boonstra nauwelijks kans om zijn persoonlijke spullen mee te nemen. 'Ik heb een koffer met allemaal waardeloze spullen.' Hun trouwalbum, familiefoto's en andere bezittingen zijn allemaal achtergebleven. 'Alles wat ik in de koffer probeerde te stoppen, haalden de kinderen er direct weer uit. Ik mocht niet weg.'

Razzia

Deze abrupte werkwijze roept beelden op van een razzia. 'Het lijkt op een Islamiseringsgolf in Marokko, geleid door Arabieren die neerkijken op Berbers (oorspronkelijke bewoners van Marokko, AK).' Sinds de komst van een nieuwe minister van Justitie zijn al meerdere buitenlandse welzijnswerkers het land uitgezet en Marokkaanse christenen ondervraagd. Boonstra vertelt dat op dit moment (woensdag, AK) een ander kindertehuis bezocht wordt. De verwachting is dat hen hetzelfde lot is beschoren.

De huizen en bezittingen van Village of Hope zijn inmiddels door de overheid geconfisqueerd. 'Alles is ingepikt, zelfs onze eigen auto en 32.000 euro.' Over het lot van de achtergebleven kinderen is grote onzekerheid. 'Er is een zwaar gehandicapt jongetje dat niet kan communiceren. Er was geen tijd voor overdracht. Het kind is in de armen van een lokale dokter gedrukt. De volgende dag hoorden we dat het die nacht heel slecht met hem ging en dat hij in het ziekenhuis is opgenomen.'

Boonstra: 'Als het kan, stap ik vandaag nog op de boot terug naar Marokko. Ik heb het land nooit schade toegebracht. Ik wilde alleen maar helpen een generatie te kweken die het land vooruit kan helpen en om uit te reiken naar armen en achtergestelden.' De onmenselijke behandeling zit hun dwars. 'Er is niet gehandeld uit respect voor de rechten van het kind. Het enige recht van een kind in Marokko is om moslim te zijn.'

© Anna Klappe

Weekblad De Noordoostpolder, 11 maart 2010

 


'Hifi-wereld staat te schudden'

Ontdekking drie-dimensionaal geluid Emmeloorder wereldprimeur

Het kostte veel tijd en moeite: bijna veertig jaar van zijn leven. Maar de gepensioneerde huisarts Hans van den Berg uit Emmeloord is het uiteindelijk gelukt om drie-dimensionaal geluid via twee luidsprekers in de huiskamer te brengen.

EMMELOORD – 'De Hifi-wereld staat te schudden. Het was nog nooit eerder gelukt om geluid realistisch over te brengen in huis. Maar nu waan je je met je ogen dicht in de concertzaal', vertelt de 70-jarige Van den Berg in zijn woning in De Erven. 'Vanuit de hele wereld is grote belangstelling voor mijn ontdekking. Mijn website wordt nu gebombardeerd. En het is een Nederlandse vondst. Ik ben er trots op.'

Al vanaf het moment dat mono (één kanaal) werd vervangen door stereo (twee kanalen) braken vele deskundigen zich het hoofd over hoe ze drie-dimensionaal geluid konden reproduceren 'Maar dat werd altijd vanuit de technische hoek benaderd', constateerde Van den Berg. Juist zijn medische achtergrond en zijn fascinatie voor de schepping inspireerden hem om vanuit dit perspectief naar een oplossing te zoeken. 'En ik wist dat het in mijn bereik lag, want ik heb een wiskundige knobbel.'

Zegen

Uit respect voor zijn Schepper besloot hij er eerst een zegen over te vragen. Die kwam, 'maar ik had niet gedacht dat het zo lang zou duren', bekent hij. 'Het was heftig. Dag en nacht was ik ermee bezig. Soms liet ik het een poosje rusten, maar het liet me nooit los.' Aan het uiteindelijke baanbrekende resultaat gingen overigens drie andere uitvindingen vooraf. En al eerder ontwikkelde hij een systeem waarmee hij een snelle sportsluiter en een tegenlichtcamera maakte. Dit idee staat naar alle waarschijnlijkheid ook aan de basis van de beroemde Stealth-techniek waar de luchtmacht mee werkt.

Toch heeft Van den Berg nooit financiële genoegdoening gekregen, gedwarsboomd zijnde door Amerikaanse wetswijzigingen en tegenwerking van grote bedrijven. Een expert berekende zijn gederfde inkomsten op ongeveer tachtig miljard. 'Ik had multi-miljonair kunnen zijn.' Schrale troost is dat één van zijn ontdekkingen inmiddels wel op de lijst van de World Intellectual Property Organization is geplaatst.

Kunsthoofden

De eerste ontdekking op het gebied van geluid deed Van den Berg in 1974 toen hij, geïnspireerd door het menselijk lichaam, twee kunsthoofden ontwierp waardoor hij het geluid meer diepte gaf. Twee jaar later ontdekte hij dat geluid is opgebouwd uit twee componenten: informatie en richting. Door deskundigen werd dit aanvankelijk afgedaan als futuristisch, maar later is het idee omarmd door de computerindustrie en heeft het zijn weg gevonden in 3d-spelletjes.

In de jaren '80 en '90 werkte Van den Berg, die een paar jaar geleden de drukke Randstad verruilde voor de rustige Noordoostpolder, verder aan de verbetering van zijn kunsthoofden. 'De eerste oorschelpen waren 'richels' en de koppen zaten vol klei en lood.' Door gebruik te maken van prothetische oorschelpen en het creëren van een open orgelpijpfunctie, ontstond een flinke verbetering in kwaliteit.

Doorbraak

De uiteindelijke doorbraak kwam echter pas op 18 januari 2010. 'Ik was al twee weken bezig en dacht: ik ga het nog één keer proberen. Als ik het niet weet, wie dan wel?' Na tien dagen intensief meten was hij op zaterdag naar eigen zeggen bekaf. 'Op zondag nam ik een rustdag en ging bidden. En op maandag vond ik waarvoor ik had gebeden!'

De oplossing kwam dus na bijna veertig jaar intensief zoeken. Een getal dat – hoe symbolisch – bijbels gezien staat voor beproeving. Zijn nieuwe uitvinding heeft Van den Berg het Holografisch Geluid Systeem of JOS (Just Original Sound) meegegeven. 'Het geluid is levensecht en niet vermoeiend.' Nu is zijn missie volbracht. 'Ik ben bevrijd. En ik ben dankbaar dat ik het heb mogen afronden.'

Adviezen van de arts-uitvinder aan de jeugd:

  • Bezoek geen discotenten waar het geluid 80 decibel overschrijdt. Zonder bescherming kan lawaaidoofheid optreden.
  • Mijd kleine ruimten met ´krankzinnige´ herrie, bijvoorbeeld in auto´s. Je kunt hierdoor blijvend een harde prater worden omdat je jezelf slecht kunt terughoren.

  • Pas op voor herrie van knallende uitlaten, vuurwerk, herrie-gereedschap of een te luide koptelefoon. Die kunnen zorgen voor een blijvende ´dip´ in het gehoorspectrum, met doofheid op jonge leeftijd als gevolg of blijvende fluit- en piepgeluiden en duizelingen in het hoofd.

Van den Berg: ´Dit zijn geen 'kul-adviezen', maar bloedserieuze en ingegeven vanuit trieste ervaringen in mijn beroep.´

Voor meer informatie: www.indenop.nl

© Anna Klappe

Weekblad de Noordoostpolder, 9 maart 2010

 


Van zuivere koffie tot eerlijke voetbal

'Niet praten maar doen'

EMMELOORD – Het aroma komt je tegemoet als je de deur van de Wereldwinkel aan de Korte Achterzijde in Emmeloord opendoet. Het klinkt als een bekend koffieliedje. Maar hier betreft het een geurig melange van 'eerlijke' koffiebonen en kruidige wierook. Smaakvol neergezet in een bont decor van vrolijk gekleurde stoffen, beeldjes en gebruiksvoorwerpen uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië.

'Het kenmerk van de wereldwinkel is de eerlijke handel', legt coördinator Annie van Zwol uit. 'Het zijn allemaal producten waarvoor een eerlijk loon aan de werkers is betaald, waardoor ze een betere toekomst krijgen.' Als voorbeeld wijst ze naar een leren voetbal bovenop de plank in het magazijn. Meestal worden die in elkaar gezet door kleine kindervingers, vertelt ze. 'Maar deze ballen zijn gemaakt door de ouders die daarvoor een goed loon kregen, waardoor hun kinderen naar school kunnen.'

Van Zwol vertelt enthousiast hoe ze in de jaren '80 begon als wederverkoper van zuivere koffie en thee van SOS Wereldhandel. Jarenlang stond ze met haar kraam een dag per week na schooltijd op het kerkplein in Ens. 'Ik was betrokken bij de wereld en wilde daar actie voor voeren, omdat ik vond dat ik het goed had. En ik wist toen al: als je mensen een eerlijk loon geeft, is dat beter dan de hand ophouden.' 

Vanuit haar vanuit haar onderwijskundige achtergrond ontwikkelde Van Zwol verschillende lespakketten en  tentoonstellingskisten over producten en landen. Daarnaast geeft ze lezingen aan vrouwengroepen of ontvangt groepen in de winkel. Tevens bezocht ze een aantal projecten in Ghana. 'Ik heb met eigen ogen gezien dat het echt werkt', zegt ze. Ter illustratie haalt ze een houten beeld uit de winkel, bestaande uit drie mensfiguren die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 'Het is uit één stuk gemaakt. Eigenlijk heel symbolisch: we zijn één wereld, maar toch allemaal apart.'

De Wereldwinkel Noordoostpolder werd in 1982 opgericht door Riet Noback en een aantal vrouwen. Ze kenden elkaar van een koffiegroep uit de kerk en waren betrokken bij ontwikkelingswerk. 'We werkten vanuit de gedachte: niet praten maar doen', vertelt ze. Noback zette in de polder een netwerk van wederverkopers op. 'In elk dorp zat wel iemand en die belde eens in de twee tot drie maanden zijn of haar klanten op met de vraag of ze nog koffie nodig hadden.'

De koffie, thee en later ook honing, wijn en pepermunt werd jarenlang vanuit Nobacks huis gedistribueerd. 'Mijn slaapkamer heet nog steeds de koffiekamer', lacht ze. Vijftien jaar later, in 1997, kregen ze de beschikking over een pand in Emmeloord. Vijf jaar geleden verhuisden ze naar de overkant van de straat. De winkel draait volledig op vrijwilligers, 42 in totaal. Het kost overigens geen moeite om vrijwilligers te krijgen, zegt Van Zwol. 'Het werk is ook heel concreet: je doet wat terug.'

Jeannet Grijsen is een van de vrijwilligers die twaalf jaar geleden bij de winkel aanklopte. 'Ik kwam net terug uit het buitenland en wilde mijn tijd nuttig invullen', verklaart ze. Ze had jarenlang in Azië gewoond en had daar veel armoede gezien. 'In Indonesië hadden de mensen in de kampongs nog een dak boven hun hoofd, in Bangladesh moesten ze het doen met plastic zakken.' In dat land startte ze een naaiproject voor christelijke vrouwen. 'Dat was zo super: eerst liepen ze in grijze vodden, maar langzamerhand werd het beter en kregen ze mooie gekleurde kleren aan hun lijf. Je zag hun eigenwaarde groeien en ze begonnen te stralen.'

Omdat eerlijke handel armoede in de wereld vermindert, kregen alle vrijwilligers van de Wereldwinkel onlangs namens minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking een Fairtrade-lintje. Van Zwol: 'Ik houd eigenlijk helemaal niet van lintjes, maar van dit wel. Het is een waardering van 'hogerhand' voor al het werk dat hier wordt gedaan.'

In november veroverden de Nederlandse Wereldwinkels het wereldrecord Fair koffie breaks. Tijdens de Fair Trade Week van 29 oktober tot 7 november werden in totaal 313.316 kopjes eerlijke koffie, thee, wijn of vruchtensap gedronken. Hiermee werd het bestaande Duitse record van 120.566 overtuigend verpletterd.

© Anna Klappe

Weekblad De Noordoostpolder, 1 december 2009
 



Al 45 jaar werkzaam in het Dokter Jansenziekenhuis

'Ik heb hier alles geleerd'

Ze zijn dun bezaaid. Mensen die hun hele werkzame leven lang bij één en dezelfde baas blijven. En ook nog met veel plezier. Maar soms vind je er nog één. Zoals Nel Schenk uit Emmeloord.

EMMELOORD – Onlangs vierde Nel ('gewoon Nel, zo kent iedereen mij') haar 45-jarig jubileum in het Dokter Jansenziekenhuis in Emmeloord. Ze begon er als telefoniste/receptioniste, werd een jaar later aangesteld als hoofd telefonie en sinds veertig jaar is ze secretaresse van de chirurgen. Inmiddels is ze even oud als het jaartal waarin ze begon: 63. En van stoppen is er – als het aan haar ligt – nog geen sprake. 'Wat moet ik alleen thuis?'

Nel had geen specifieke vooropleiding toen zij bij het ziekenhuis binnenstapte. 'Ik kwam zo van de ULO, zo heette dat toen nog', lacht ze. 'Een vriendin van mijn moeder zei: 'Er komt een nieuw ziekenhuis. Nel moet solliciteren'. En zo gebeurde het.' Ze wist van toeten noch blazen. Maar leerde alles in de praktijk. 'Zelfs naalden slijpen en spuiten inpakken. Of mee op de tweede ambulance. Dan kwam het hoofd van de ambulance en zei: 'Kom op, Nelis, ga je mee?''

Hoewel Nel geen verpleegkundige is, zit het verzorgende haar wel in het bloed. 'Ik wil klaar staan voor de patiënten. Dat is mij van huis uit bijgebracht.' Haar directrice zei dan ook regelmatig: 'Nelletje, je moet de opleiding verpleegkunde doen.' En dat was ook niet vreemd. Haar vader was hospik in militaire dienst en haar moeder wilde verpleegkundige worden. 'Maar háár vader zei: je helpt maar mee op de boerderij.' Uiteindelijk is alleen haar zus in de directe verzorging terechtgekomen, als wijkverpleegkundige op Urk.

Aanpakken

Nel is een aanpakker. 'Ik kom uit een boerengezin met een nuchtere poldermentaliteit. Mijn vader zei altijd: 'Van werken ga je niet dood' en mijn moeder zei: 'In je ene hand staat de M van Moeten en in de andere de W van Werken.' Ze toont de diepe lijnen in de palmen van haar handen. 'Als ik klaar was met mijn werk, zo'n zes uur op een dag achter de telefoon, dan schoot ik thuis de oude kleren aan en ging meehelpen op het land bij mijn ouders.'

In 1968 werd Nel door dokter Piet Smit (in de volksmond 'snijpiet' genoemd, niet te verwarren met de gelijknamige huisarts die 'huispiet' werd genoemd) gevraagd om zijn secretaresse te worden. 'Hij zei: 'Ik wil Nel wel.' Maar ik dacht: dat is allemaal Latijn, dat is veel te moeilijk. Dat kan ik niet.' Toch ging ze de uitdaging aan. De chirurg werkte Nel persoonlijk in. 'Hij nam me mee de operatiekamer op. Ik mocht naar alle operaties kijken. Na afloop ging hij het voor me natekenen en schreef overal de Latijnse namen bij. Hij heeft mij alles geleerd. In de weekenden werkte ik halve dagen. Dan gingen we samen wondhechting doen. Of ik mocht röntgenfoto's maken en dan leerde hij mij de namen van de botten.'

'Bel Nel'

Tien jaar later kwam dokter Hirzalla uit het Sophia ziekenhuis in Zwolle naar Emmeloord. 'Van hem leerde ik alle soorten kanker kennen. Hij legde me ook uit bij welke soort welk beleid werd gevolgd. Want soms belden patiënten mij op, omdat ze vergeten waren wat de dokter had gezegd. Ik kreeg eens een telefoontje van een Urker, die van de buurvrouw het advies had gekregen: 'Bel Nel, die wiet et wel.' De mensen hebben zoveel vertrouwen in je, dat vind ik zo prachtig.'

Nel geniet nog dagelijks van haar werk, het vele contact met de patiënten en de huisartsen. Maar de huidige onzekerheid rond het voortbestaan van de IJsselmeerziekenhuizen baart haar zorgen. 'Met Kerst en oud-en-nieuw was alles hier dicht, behalve de huisartsenpost. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Waar is men mee bezig? Het hoort open te zijn. De mensen hebben goede zorg nodig, dichtbij huis.'

© Anna Klappe

Weekblad De Noordoostpolder, 13 januari 2009


'Wij zijn een uitstervend ras'

MARKNESSE - De laatste kool en aardbeienplantjes zijn uit de grond gehaald. Maar worden niet elders geplant. Want de nieuwe volkstuingrond in Marknesse is nog niet gereed.

Door Anna Klappe

Jan Profijt is mistroostig. En boos. Op gemeente Noordoostpolder, die haar beloften aan de 36 volkstuinders niet nakomt. 'De nieuwe grond zou eerst in april klaar zijn, toen werd het juli, daarna oktober. En nu is nog maar een derde gereed. Het is een rotzooi!'

De 81-jarige is het oudste lid van de volkstuinvereniging in Marknesse. Vijftig jaar lang teelde hij aardappelen, prei, rodekool en witlof aan de rand van het dorp. En 's zomers aardbeien en sla en nog veel meer. Het hele jaar rond oogstte hij. Voor eigen consumptie, maar ook zijn kinderen en buren aten ervan mee. Nu de tuin weg is, gaat Profijt niet achter de geraniums zitten. 'Want dan leef ik niet lang meer.' Hij fietst veel. Elke middag een rondje langs de omringende dorpen. En dat is elke maand zo'n duizend kilometer 'om los te komen'.

Tuinieren is een grote hobby van de voormalige landbouwmedewerker. 'Ik moet buiten wezen.' De volkstuin was goed voor de sociale contacten. Tussen het wieden door werd er gekletst. De nieuwtjes van het dorp werden uitgewisseld. En er werd gepocht over de grootte van de oogst. 'Vergelijk het maar met vissen. Wij hebben ook een 'tuinderslatijn'.

In 1950 werd begonnen met drie hectare grond. Nu heeft de gemiddelde volkstuinder nog één tot anderhalve hectare. 'Want de jeugd kan niet meer spitten', volgens Profijt. De laatste vijfentwintig jaar teelde hij biologisch. De plantjes werden gemest met koffiedik en brandnetelnat. De boerenkool en spruitjes waren wel kleiner dan hun soortgenoten in de winkel. Dat is van dat opgepepte spul, aldus Profijt. Zijn groenten waren kleiner, maar wel gezonder. Dénkt hij, want bewijzen heeft hij niet. 'Maar er zijn mensen zat die het lekker vinden.'

Voor de komst van discotheek Chez André en de vestiging van een bloembollenkwekerij uit de Randstad moeten per 1 januari de volkstuinen verkassen. Terwijl de nieuwe locatie nog niet klaar is. Profijt: 'Gisteren (dinsdag) sprak ik nog even met de uitvoerder. Die zei dat het volgende week klaar is. Dat zal volgens mij wel weer een lange week worden.'

'De dorpen liggen aan de laatste tepel.' Hij grinnikt. 'Dat is een Drentse uitdrukking. De dorpen staan altijd achteraan in de rij. Zij liggen aan het laatste pad. Zoiets stond ook op die kruiwagen uit Tollebeek, maar dat komt niet in de krant.' Eigenlijk houdt Profijt er niet van om nu zo in de belangstelling te staan. 'Maar ik doe dit uit eerbetoon voor mijn collega's, die al 'over het laatste bruggie gefietst zijn'. Vijfenzeventig die ik goed gekend heb en die er niet meer zijn. Wij zijn een uitstervend ras.' 
 

Weekblad De Noordoostpolder, 29-11-2007



Het geheime recept van Kasparus

NAGELE – Zijn enthousiasme en z’n guitige kop zijn de hoofdingrediënten van het succes, zegt hij zelf. Een flinke scheut inventiviteit en doorzettingsvermogen erbij en een royale dot humor, alles even onder druk gebracht met wat tegenslag, en dan borrelen er als vanzelf weer nieuwe ideeën op die onder de naam Kasparus op de markt worden gezet. Voilà! Het geheime recept van de 34-jarige Kasper Katuin uit Nagele.

Door Anna Klappe

Twaalf jaar geleden begon de advocatenzoon met het brouwen van zijn eigen bier, dat hij onder de naam ‘de illegale’ op de lokale markt bracht. ‘Gewoon een blik siroop, wat water en gist erbij, drie maanden laten staan en dan ‘afvullen’ in de fles’, vertelt de voormalige timmerman, wiens jongensdroom het was automonteur te worden. Nu timmert hij flink aan de weg met verschillende biersmaken, luisterend naar namen als Kerstvers-saison, Swarte-Bessie en Schokker(s)lust. Daarnaast sleutelt hij met gemak Hongaarse gerechten in elkaar, bouwt tuinfeestjes voor rustig vijftig man en legt met veel genoegen de gasten in zijn huiskamerrestaurant in de watten. ‘Oh, en dan hebben we het nog niet eens over mijn worstenmakerij gehad!’

Aan het woord is een creatieve polderjongen die graag grenzen verlegt. De vlotte babbelaar spreekt overigens consequent over ‘wij’. ‘Zonder mijn ouders – mijn vader is de kok – en een paar goede vrienden, lukt dit niet.’ Katuin is anders dan een ‘gewone’ cateraar, zeggen zijn klanten. Hij bezoekt hen standaard aan huis om de offerte door te spreken. ‘En ze krijgen dan geen vellen met ellenlange leveringsvoorwaarden. Ik heb een no-nonsense mentaliteit. Afspraak is afspraak.’ Het afzetgebied – voornamelijk de polder – groeit gestaag door mond-tot-mondreclame. Maar binnenkort verschijnt zijn product ook op het witte doek – in de reclameblokken in de bioscoop van Emmeloord.

De liefde voor Hongarije en zijn gemoedelijke bevolking is ontstaan sinds de familie Katuin daar op het platteland de vakanties doorbrengt. ‘We zijn er opgenomen door een Hongaarse familie. Elke zomer krijgen mijn vader en ik kookles van ‘oma’. We wónen daar’, vertelt hij gepassioneerd. In zijn eigen eenvoudige hoekwoning in Nagele serveert hij tegenwoordig regelmatig gerechten uit de Hongaarse keuken, in karakteristieke stijl en gekleed in traditionele klederdracht. Trouw geflankeerd door zijn gemoedelijke golden retriever, die luistert naar de exotische naam ‘Kutya à harap’. Eveneens Hongaars. Betekenis? ‘Deze hond bijt’. De grens tussen ernst en gein is bij Katuin vaak flinterdun.

Ter ere van de goede oogst van deze zomer, organiseert Katuin op zaterdag 9 september een Hongaarse feestavond. Tevens presenteert hij zijn nieuwe menukaart. Het feest begint om 18.30 uur en vindt plaats aan de Karwijhof 15. Aanmelden kan tot en met vandaag. Tel. 653072.

Weekblad De Noordoostpolder, 31-8-2006
 


Een halve eeuw lang: horen, zien en zwijgen

Nagele – Na bijna vijftig jaren lang zes dagen per week open en eens in de twee weken een zondag vrij, sluit familie Dijkstra vrijdagavond voorgoed de deuren van haar café-restaurant ‘‘t Schokkererf’.

Door Anna Klappe

‘Het is mooi geweest,’ zegt Klaas Dijkstra. ‘Het is goed zo.’ Klaas en zijn zussen Nel en Joke, die het familiebedrijf aan ‘De Voorhof’ in Nagele groot hebben zien worden en langzaam maar zeker hebben zien teruglopen, zijn inmiddels alledrie in de zestig. Er is geen opvolger die de zaak wil voortzetten. En dus gaan de deuren definitief op slot. Een horecafamilie aan de vooravond van het onherroepelijke afscheid.

Klaas Dijkstra is de rust zelve. Hij spreekt, maar ondertussen gaan zijn ogen door het café-restaurant waarmee hij sinds de oprichting in 1958 één is geworden. Aan een tafeltje in de hoek zitten vier gasten, allen zo rond de zestig. Ze wachten op de lunch. Bij het raam zit een echtpaar, eveneens zestigers, een sorbet te verorberen. Ze kijken naar buiten, waar een paar bomen voor het raam het pas vernieuwde plein een beetje opfleuren. Uit de enkele auto’s die komen aanrijden, stappen mensen die te voet hun weg vervolgen naar de plaatselijke supermarkt aan de overzijde van het plein. Binnen klinkt op de achtergrond het geluid van een radio, onopvallend, maar als de stemmen verstommen hoor je het ineens. De aankleding van de zaal roept herinneringen op aan vroeger. Aan vijftig jaar geleden, toen het pand werd gebouwd. ‘Het was uiterst modern in die tijd,’ antwoordt Klaas desgevraagd en zonder omhaal van woorden. ‘Het is ‘ons kindje’. We hebben de herinnering willen bewaren.’

Plotseling stormt kleinzoon Thomas naar binnen en begroet opa Klaas en oma Els met een zoen. Els neemt hem rustig maar beslist mee naar de keuken en Klaas vervolgt onverstoorbaar zijn verhaal. Even later huppelt de jongen opnieuw het café in. Het gesprek wordt pas onderbroken als dochter Marijke en haar echtgenoot binnenkomen en door de ouders hartelijk worden begroet. Zonder zichtbare aanleiding staat Klaas ineens op en loopt naar de keuken. De lunch is klaar en moet worden uitgeserveerd. ‘Eet smakelijk.’ De mensen bij het raam willen afrekenen. Els vertrekt met de kinderen en kleinzoon naar huis. Hun jongste zoon Friso is jarig vandaag. ‘Het leven thuis gaat ook gewoon door,’ verklaart ze enigszins verontschuldigend. Klaas keert terug naar zijn plaats aan de tafel voor de toog en pakt de draad van het gesprek moeiteloos weer op. Zijn ogen beginnen te twinkelen als hij herinneringen ophaalt aan vroeger, maar hij geeft geen geheimen prijs. Hij geniet in stilte. Het is hier al een halve eeuw lang ‘horen, zien en zwijgen’.

Drie generaties lang zit familie Dijkstra in de horeca. Grootmoeder runde een logement in het Friese Oostmahorn. Hoewel vader Dijkstra ambities had om boer te worden, startte hij in de crisisjaren een bruin café in het nabijgelegen Anjum en later in Metslawier. Eind vijftiger jaren vertrok vader met de vier jongste kinderen naar de polder, waar ‘‘t Schokkererf’ op hen wachtte. Als vanzelfsprekend, draaide ieder gezinslid waar mogelijk mee. Later kwam de zaak in handen van de kinderen. Klaas en zijn oudere broer Menze, die vorig jaar na een ziekbed overleed, ‘voor’, en de zussen Nel en Joke ‘achter’, in de keuken. Ze willen niet op de voorgrond. Die bescheidenheid siert hen.

Nel geeft toe dat ze uitkijkt naar haar pensionering, om eindelijk niets meer te hoeven. Ze is al negenenzestig. Voor Joke ging de verkoop, die in drie maanden tijd beklonken was, te snel. Evenals voor Klaas. Ze moeten op zoek naar een nieuwe tijdsbesteding, na een leven lang ‘voor de zaak’ te hebben geleefd. De dag na de sluiting vertrekt Klaas met zijn vrouw naar Egmond aan Zee, waar ze gaan genieten van een twee weken durende vakantie. De zussen wacht een verhuizing van alle spulletjes uit de woning achter de zaak om in een huurwoning verderop in het dorp een nieuw leven op te bouwen. Over de vraag of ze spullen uit het restaurant willen bewaren, hebben ze nog niet nagedacht. ‘Ja, een kop en schoteltje met ‘‘t Schokkererf’ erop. Dat is wel leuk,’ constateert Joke voor zichzelf.

Vrijdag 14 juli gaat de zon over ‘‘t Schokkererf’ onder. Maar er gloort een nieuwe dag. Het pand aan ‘De Voorhof’ zal grondig worden verbouwd. Er komt een nieuwe horecagelegenheid in, gerund door Afghanen. Een nieuwe tijd breekt aan.

Weekblad De Noordoostpolder, 11-07-2006